Wie is Hertog Jan?

In de tweede helft van de dertiende eeuw, zo’n zevenhonderd jaar geleden leefde Hertog Jan I. De ridder en levensgenieter had meerdere bijnamen: Jan Primus (zijn Latijnse naam, verbasterd tot Cambrinus), De Minnesinger en der Wapenen God. Hertog Jan was een kleurrijk figuur en net zo veelzijdig als zijn bijnamen. In zijn leven werd hij door talloze kroniekschrijvers beschreven.

Hertog Jan, Jan Primus, Cambrinus, wordt dikwijls afgebeeld met een grote drinkbeker bier in zijn hand, dwars zittend op een biervat. Hij staat op het punt om het bier te drinken en dit herinnert ons aan hem als levensgenieter. Het zitten op het vat, is ons overgeleverd door de kroniekschrijver. Die verhaalt dat Hertog Jan na afloop van de Slag bij Woeringen boven op een stapel biervaten is geklommen om daar zijn strijders geluk te wensen met de overwinning. Hij brengt een toost op hen uit… En doet het zelf even voor!

De vijftienjarige Hertog Jan

In 1252 werd Jan in Brussel geboren als de tweede zoon van hertog Hendrik III van Brabant en werd opgevoed als alle jonge edelen uit die tijd. Dat betekende dat hij zowel leerde lezen en schrijven, als paardrijden en vechten.

Toen Jan elf jaar oud was, stierf zijn vader. Oudere broer Hendrik volgde hem op als hertog van Brabant, maar bleek dat niet aan te kunnen. Zowel lichamelijk als geestelijk was hij erg zwak. Dit leidde tot een crisistoestand; toenmalige Brabantse buren Luik en Gelder(land) vielen het hertogdom binnen. Met grootste moeite konden zij weer worden teruggedreven. Hendrik IV werd afgezet en ondergebracht in een klooster.

In 1267 werd Jan in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de Brabantse adel en de steden uitgeroepen tot hertog van Brabant. Hij was toen slechts vijftien jaar oud. De gebeurtenis vond plaats in de Abdij van Kortenberg, halverwege Brussel en Leuven gelegen. Op 3 juni van dat jaar werd het bekrachtigd door de Duitse keizer.

Destijds omvatte het hertogdom Brabant een groot gebied, wat bestond uit de huidige (Nederlandse) provincie Noord-Brabant en de (Belgische) provincies Brabant en Antwerpen. De vier belangrijkste steden van het hertogdom waren Leuven, Brussel, Antwerpen en ’s-Hertogenbosch.

De jeugd van Jan heeft hem zeker gekenmerkt. Steeds zou hij gelegenheden hebben gezocht om het aangedane onrecht (het binnenvallen van het hertogdom tijdens de regie van zijn broer) te wreken.

Bang?

Jan was zeker niet bang! Steeds streed hij om de hoogste eer in toernooien en tijdens veldtochten was hij, duidelijk herkenbaar, steeds in de voorste gelederen te vinden.

Dapper trok hij eens het gebied van de aartsbisschop van Keulen binnen, die naast geestelijk leider ook wereldlijk heerser was over een groot gebied. Jan liet daar zijn paarden drinken in de Rijn en organiseerde een grote jachtpartij, waarvoor hij speciaal zijn jachthonden had meegenomen. De tegenstanders keken de ogen uit in het wildpark van de aartsbisschop.

Hertog Jan was een echte ridder. Tijdens een toernooi liet hij zijn verslagen vijanden in leven, iets wat anderen blijkbaar niet deden. Ook organiseerde hij zelf toernooien. In 1277 organiseerde hij bijvoorbeeld een groot toernooi dat dertien dagen duurde. Floris V, graaf van Holland, werd in die periode door Jan tot ridder geslagen.

Levensgenieter

Hieruit blijkt dat Hertog Jan een echte levensgenieter was. Hij trok regelmatig naar de grote Brabantse abdijen en liet zich daar rijk onthalen. Nooit was hij alleen! Jagers, minnestrelen, trompetters, herauten, ambtenaren en leden van de hofhouding vergezelden hem tijdens zijn uitstapjes. De tafels werden rijkelijk voor hen gevuld: kaas, vlees, vis, wijn en natuurlijk bier. Waarom trok hij naar die kloosters? Omdat hij daar zeker was van een goede maaltijd en het bier werd er in voldoende maten gebrouwen! Erg godsdienstig was hij niet eens aangelegd. Toen hij de aartsbisschop van Keulen gevangen had genomen, zou zelfs de paus hem veroordelen.

Maar wie zal dat betalen?

Al de hertogelijke uitstapjes en veldtochten van de levensgenieter brachten hem regelmatig in financiële problemen. Daarom moest hij aan Brabantse steden geld vragen. Leuven, Brussel, Antwerpen en ’s-Hertogenbosch betaalden hem regelmatig grote sommen geld, maar eisten daar wel wat voor terug: nieuwe voorrechten en privileges. Hertog Jan gaf hen deze en beiden waren weer tevreden.

Ook de Rijnpolitiek van Hertog Jan was voor Brabant van belang, want dat kwam overeen met de handelsbelangen. Het was een goede tijd voor Brabant; men spreekt dan ook van de Brabantse Gouden Eeuw.

Hertog Jan de dichter en minnezanger

Jan was een groot liefhebber en vernieuwer van de Nederlandse taal. Dat was toen nog opmerkelijk want de meeste officiële teksten werden in de dertiende eeuw nog in het Latijn geschreven. Hertog Jan vaardigde zijn publicaties in het Nederlands uit. Talloze minnestrelen en liedjeszangers zorgden ervoor dat zijn roem uitgedragen werd. Niet alleen zong men de liederen die de hertog zelf componeerde, men zong ook over hem. Mede daarom zijn ons nog deze heldendaden van de Slag van Woeringen bekend.

Jan had een grote voorliefde voor het vrouwelijk schoon en bezong regelmatig de liefde voor de vrouw. Hij componeerde zelf dus ook liederen, zoals het “Harba lori fa”. Klinkt het bekend in de oren? Veertig jaar geleden werd deze tekst ook gebruikt door Harrie Beecx en Floris van der Putt in het lied “Toen de Hertog Jan kwam varen”. In de tekst zingen zij namelijk enkele keren: “Harbi lori fa, zong de hertog”.

Eens meienmorgens vroe
Was ic opgestaen,
in een scoen boemgaerdekijn
Soudic spelen gaen.
Daar vant ic drie joncfrauwen staen:
Dene sanc vore, dander sanc ca:

Harba lori fa, harba harba lori fa, harba lori fa.

Doe ic versach dat scone cruut
In dat boemgaerdekijn,
Ende ic verhoorde dat soete geluut
In den mageden fijn,
Doe verblide dat herte mijn,
Dat ic moeste singen na:

Harba lori fa, harba harba lori fa, harba lori fa.

Doe groette ic die allerscoenste,
Die daer onder stont;
Ic liet mine arme al omme gaen;
Doe, ter selver stont
Ic woudese cusse an haren mont.
Si sprac:,,laet staen, laet staen".

Harba lori fa, harba harba lori fa, harba lori fa.

De slag van Woeringen

De belangrijkste heldendaad van Jan is de verovering van Limburg, tijdens de Slag van Woeringen op 5 juni 1288. De hertogin van Limburg was kinderloos gestorven en haar echtgenoot Reinald I van Gelre maakte aanspraken op het gebied. Ook Jan I maakte aanspraken, hij wilde zijn gebied namelijk tot aan de Rijn uitbreiden. De strijd ging eigenlijk hoofdzakelijk tussen hen beiden, maar toch bemoeiden talloze bondgenoten van beide partijen zich met de strijd. Op 5 juni werd deze uitgevochten tijdens de Slag van Woerden.

Vlak voor de slag hield Hertog Jan een toespraak in het kader van psychologische oorlogvoering. “Na het coenen aert van uwen vordren seldi drinken,” zei hij de Brabantse troepen. Hiermee herinnerde hij hen aan de dapperheid van hun voorgangers.

Jan I won de strijd en bekrachtigde daarmee het machtsoverwicht van Brabant. Vanaf dat moment was Limburg vijf eeuwen verbonden met Brabant. Dit betekende een uitbreiding van het eigen wapen van de Hertog. Eerst bestond dit uit enkel het Brabantse wapen (een gouden leeuw op een zwarte achtergrond), maar na de slag voegde hij twee Limburgse leeuwen toe aan het wapen!

Jan’s vrouwen

In zijn leven is Hertog Jan tweemaal gehuwd geweest en beide malen werd hij weduwnaar. Op zijn 32ste verloor hij zijn tweede vrouw al en daarna heeft hij zich niet meer willen binden. De levensgenieter zocht liefde en gezelschap bij verschillende vrouwen en wist regelmatig de gunst van hen voor zich te winnen tijdens toernooien. Het kwam wel eens voor dat hij meerdere malen enkele dagen afwezig was en zijn hofhouding geen idee had waar hij uithing. Hertog Jan was dan ook vader van een aantal buitenechtelijke kinderen. In onderstaand lied uit hij zijn liefde voor de vrouw.

Ic zag nie zo roden mond
Ochte ook zo minlike ogen
Als zi heeft, die mi heeft gewond
Al in dat herte dogen.
Lief, mi hevet u minne
Zo vriendelike bevaan
Dat ic u met zinne
Moet wezen onderdaan.

Zijn dood

In 1294 nam Hertog Jan opnieuw deel aan één van de zovele toernooien, met (opnieuw) als inzet een vrouw. Tijdens het toernooi in Bar-le-Duc raakte hij gewond en bezweek aan de opgelopen verwondingen. Hertog Jan was nauwelijks vijftig jaar toen hij overleed. Zijn lichaam is begraven in de minderbroederskerk te Brussel. De resten van zijn graf zijn nu nog te bezichtigen naast het beursgebouw.